Terug naar het overzicht

DeGraaf Grand Prix Team

DeGraaf en Molenaar Racing vormen voor het 3e opeenvolgende seizoen het DeGraaf Grand Prix Team

DeGraaf Technisch Personeel, Exact Software en Molenaar GP Racing stellen in 2009 met het DeGraaf Grand Prix Team deelname in het MotoGP wereldkampioenschap wegrace zeker.

125cc klasse
Met steun van Sent Waninge komt het DeGraaf Grand Prix Team uit in de 125cc klasse met de rijders Danny Webb (GBR) en Randy Krummenacher (SWI) op fabrieks Aprilia RSA motorfietsen. Naast het 125cc MotoGP Team heeft Molenaar GP Racing in samenwerking met het SOBW een nieuw kampioenschap opgezet genaamd ‘Honda NSF100 Cup’. In deze ‘Honda NSF100 Cup’ krijgen 25 talenten tussen de 10 en 15 jaar de kans om hun talent te tonen.

Geen drie maar twee rijders
Nadat het team van Arie Molenaar onder leiding van ex-Grand Prix coureur Jarno Janssen en voormalig TT-winnaar Hans Spaan in 2008 met drie rijders in één klasse uit kwam, komt Arie Molenaar in 2009 met twee rijders aan de start.

De 17-jarige Danny Webb zal voor het derde jaar deel uitmaken van het DeGraaf Grand Prix Team. Nadat de Engelse tiener in 2007 zijn eerste punten pakte in Japan heeft Webb in 2008 laten zien mee te kunnen meedraaien in de subtop. Na een aantal top 5 en top 10 klasseringen, liet de Engelsman de wereld zien klaar te zijn voor de sprong naar de absolute wereldtop. Tot drie maal toe kwalificeerde Danny Webb zich op de eerste startrij tijdens de Grand Prix’ van Portugal, Amerika en Maleisië. Met de nieuwe fabrieks Aprilia RSA is Webb ervan overtuigd de stap naar de wereldtop te maken en sluit een enkele overwinning in 2009 niet uit.

Op de foto ziet u Danny Webb in actie.

Gerelateerde berichten

Jarno Janssen keert op 500cc-motor terug in GP-wereld

LE MANS – Of er een symbolische waarde aan moet worden toegedicht, valt te bezien, maar het staat wel mooi. De truck van het racingteam van De Graaf Contracting naast de vrachtwagen van het Honda-fabrieksteam van Valentino Rossi. De twee rijdende werkplaatsen stonden parallel opgesteld achter de beton-kolos met afmetingen van een flatgebouw, die op het fameuze circuit van Le Mans dienst doet als pitgebouw.

Rossi, de superster en fiere koploper in het 500cc-wereldkampioenschap, kreeg aan de vooravond van de Grote Prijs van Frankrijk een nieuwe buurman in de persoon van de Nederlander Jarno Janssen, want teambaas Arie Molenaar had hem opgeroepen als vervanger voor de geblesseerde Honda-coureur Haruchika Aoki. Een verrassing of toch niet? “Er is in de winter wel een keer over gesproken en ik heb in november één dag met deze motor in Assen getraind, maar een GP-start leefde niet meer in mijn gedachten. Ik heb me dit seizoen volledig geconcentreerd op het Europees kampioenschap 250cc en daar ben ik druk genoeg mee”, zegt Janssen, die gedwongen werd op een lager competitieniveau te gaan racen, omdat twee WK-seizoenen hem te weinig succes brachten.

Janssen: “Het was een hele moeilijke, bewuste keuze, maar ik kon niet anders. Nu ben ik ervan overtuigd dat ik door deze ervaring een betere coureur kan worden, zodat ik in de toekomst weer in de GP’s kan starten. Daar ligt mijn hart.” Janssen straalt terecht weer volop vreugde uit. In het Europees kampioenschap staat Janssen na twee races (waaronder ook een wedstrijd in Le Mans) aan de leiding in de tussenstand en nu valt hij dankzij de GP-invalbeurt weer met zijn neus in de boter.

Voor de 25-jarige coureur uit Helenaveen is een terugkeer in het rennerskwartier van de grote vedetten als Rossi, Roberts en Biaggi een feest der herkenning. En in Frankrijk kon hij meteen rekenen op morele steun van oud-teamgenoot Jurgen van den Goorbergh, die liet weten: “Voor Jarno is het goed om op deze manier als invaller met de 500cc-klasse kennis te maken. Hij heeft tenslotte twee jaar GP-ervaring en hij zal hier alleen maar door groeien.”

Met de vaste waarde in de persoon van Jurgen van den Goorbergh, nieuweling Barry Veneman (met de motor van het DeeCee Racingteam) en nu dus Janssen zijn er tijdelijk drie Nederlanders in de Koningsklasse van de partij, zoals dat ooit eerder het geval was met Wil Hartog, Jack Middelburg en Boet van Dulmen. Verder gaat iedere vergelijking tussen deze Oranje-trio’s mank.

Voorlopig zullen de motoren van Janssen en Rossi alleen in de pits en niet op startveld naast elkaar staan, want beide coureurs opereren in twee totaal verschillende werelden en Janssen zal de Italiaan op het asfalt slechts ontmoeten als hij in de race op een ronde achterstand wordt gezet. Zal het geen deuk in het herwonnen zelfvertrouwen opleveren? Janssen: “Daar heb ik wel degelijk over nagedacht, maar ik zit goed in mijn vel. Voorlopig moet ik me eerst zien te kwalificeren en dan in de wedstrijd gewoon m’n eigen lijnen rijden. Denk maar niet dat ik na een paar rondjes al zenuwachtig achterom ga kijken.”

Lees verder